Het Haags Barokgezelschap     Artistiek leider en dirigent: Gilles Michels
 

Tom Ruigrok, dwarsfluit en pauken

Hoe is bij jou de muziek en de muziekbeoefening begonnen?

Mijn belangstelling voor muziek is, denk ik, in 1943 ontstaan. Nadat ons huis in Rotterdam op 31 maart van dat jaar was gebombardeerd, woonden we een tijdje in Overschie, waar ik naar een Montessori kleuterschool ging. De schoolfoto van toen bekijkend herinner ik me weer hoe gefascineerd ik was door die bellentafel achter me. Ik heb die spullen nooit mogen aanraken en heb er trouwens ook nooit iemand op horen spelen. Mogelijk is er toen iets ontstaan van: hier laat ik het niet bij zitten!

De actieve muziekbeoefening is omstreeks 1948 begonnen. We woonden inmiddels in Arnhem en ik zat in het jongenskoor dat aan de jaarlijkse Matthäus in Musis Sacrum meedeed. De dirigent van het Arnhemse Toonkunstkoor was Hans Brandts Buys, die in 1959 door Jaap werd opgevolgd. Mijn ouders waren bevriend met de familie Walta en nadat ik enkele blokfluiten had versleten, adviseerde vader Walta, die in Het Gelders Orkest viool speelde, mij fluitles te laten nemen.

Na enige tijd speelde ik, samen met hun zoon Jaring die in de voetsporen van zijn vader was getreden, mee in ons schoolorkest. Maar écht begonnen is het natuurlijk in Utrecht bij het Utrechts Studenten Koor en Orkest, waar ik naast jou, Piet, mocht plaatsnemen om onder leiding van Jaap de grote werken van Bach vele malen, tot op heden in Den Haag, te spelen.

 

Je speelt zowel enthousiast fluit als pauken. Is er toch een voorkeur voor een van de twee?

Het is natuurlijk flauw om te zeggen dat ik in de Matthäus liever fluit speel. Maar wanneer we het hebben over bijvoorbeeld de Hohe Messe en het Weihnachts en ook over het repertoire uit de 19de eeuw, ja dan denk ik dat ik toch liever pauken speel. Ik ben overigens bij toeval achter die pauken terechtgekomen. Zo’n 45 jaar geleden kwam het USKO enkele weken voor het Weihnachts zonder paukenist te zitten. Omdat ik in het bestuur zat en belast was met orkestzaken, zei Jaap: “Volgende week moet je wel een paukenist gevonden hebben want anders ga je het zelf maar doen.” Ik ben Jaap nog steeds dankbaar voor deze mededeling, die toch niet zonder risico was.

lees verder     terug