| |
Wim Thijs,
koorlid, bas
Wim, het is nu twee jaar geleden dat Jaap, oprichter en dirigent van het HBG, overleed en opgevolgd werd door Gilles. Hoe heb je deze overgang ervaren?
Zoals je waarschijnlijk weet, heeft Jaap zelf aan Gilles gevraagd om het stokje van hem over te nemen. Dat was een kleine week voor Jaaps overlijden. Jaap en Gilles hebben uren gepraat, Gilles zittend aan Jaaps bed. Toen Gilles beneden kwam, was ik bezig een net gerestaureerde kroonluchter op te hangen, die Jaap lang geleden kocht voor onder zijn orgel in de Grote Kerk van Breda. Daar heeft Gilles toen even mee geholpen. “Leuke kerel”, dacht ik toen, en dat is gebleven. Jaap kende Gilles al lang en hij had al eens eerder gezegd dat hij vond dat Gilles een goede opvolger zou zijn. Na dat lange gesprek was Jaap enorm gesterkt in dat idee. Ze hadden over van alles gepraat, over opvattingen over de muziek, over werken met amateurs, enzovoort. Inmiddels hebben we twee jaar met Gilles opgetrokken. Enorm leuk en heel goed. Lekker hard, snel en precies werken met die Gilles! Dat heeft onze oude vriend Jaap weer eens slim in elkaar gedokterd!
Wat was jouw eerste kennismaking met de muziek?
Mijn vader: met de paplepel ingegoten. Mijn vader was een bijzonder muzikaal mens. Als je hem een instrument in handen gaf, kon hij er na een paar dagen op spelen. Het kwam hem allemaal aanwaaien, een soort ‘zigeuner-muzikaliteit’. |
|
Hij kwam uit een gezin met twaalf kinderen. Die konden allemaal heel aardig tot goed spelen, en ze hadden daar thuis zowat een symfonieorkest: twee violen, een cello (mijn vader), fluit, hoorn, trompet, piano, orgel, en nog zo wat. Thuis speelde mijn vader dagelijks piano. Zondag altijd op het orgel in de kerk. Alles improviseren, nooit een harmonisatie uit een boekje en ieder couplet een andere zetting. Ik heb mijn hele lagere-schooltijd zondag lekker bij mijn vader op de orgelgalerij doorgebracht. Ik nam mijn autootjes mee en daar zat ik fijn mee te spelen als de dominee de mensen trachtte te stichten. Andere kinderen, ook mijn broer en zus, zaten beneden en moesten stilzitten; ik speelde. Ik hield op als mijn vader ging spelen. Dan luisterde ik.
Je bent actief koorlid van het HBG, maar hebt ook een passie voor kerkorgels. Waarom speciaal orgel, en hoe komt deze passie tot uiting?
Ik ben vooral van de klank van orgels gaan houden doordat ik in 1957 wekelijks met mijn vader naar orgelconcerten ging. Ik was toen 11 jaar. We woonden een half jaar in Den Haag, met verlof uit Indonesië, en ik mocht iedere donderdag met mijn vader mee naar het concert in de Lutherse Kerk aan de Burgwal. En af en toe ook nog naar Katwijk en Gouda en zo. Later, toen ik een jaar of 17 was, sprongen me de tranen regelmatig in de ogen bij het horen van een enkele mooie orgeltoon. Gewoon, door de klank. De klank alleen was al muziek genoeg om me diep te raken. Dat is nog steeds zo.
lees verder terug |
|