| |
Suus Weenink,
koorlid, alt

Inmiddels zing je al heel wat jaren bij het HBG, zowel tijdens de uitvoeringen van cantates als bij de grote werken van Bach.
Wanneer ben je daarmee begonnen en wat stond toen op het repertoire?
Ik had 18 jaar geleden de eerste koorrepetitie. We zongen toen de Johannes en ik herinner me dat ik dacht: wat moet het snel!
De lettergreep Herr van Herrscher, je weet wel, in het begin, beslaat 32 nootjes en die moesten er allemaal los van elkaar en zuiver en op tijd uit komen.
Het verwondert me nog steeds dat Jaap dan in zo’n situatie na een paar maten opmerkt dat de fis bij de bassen toch wat aan de lage kant is.
|
|
Geef je nog steeds de voorkeur aan het zingen van cantates of ben je inmiddels van gedachten veranderd en hoe ervaar je het verschil?
Geen voorkeur, maar het fijne van een cantate vind ik dat het steeds anders is en helemaal nieuw. Bovendien vind ik het prettig omdat je het werk overziet.
Even lekker studeren en je kent het stuk wat betreft de nootjes.
Nou ja, zo goed als... Tijdens de repetities gaat het stuk leven en wordt het muziek, wordt het Bach.
Door de Mattheus word ik toch het meest geraakt. De fugatische delen zijn zo dramatisch en de koralen zulke muzikale wonderen.
Het is niet professioneel, maar bij een uitvoering komt het voor dat ik even geen stem meer heb, brok in de keel.
Het is mij bekend dat je naast het zingen ook piano speelt. Wanneer en op welke wijze is jouw muzikale aanleg voor allebei aan het licht gekomen en verder ontwikkeld tijdens je opleidingen, vrije tijd en latere beroepsmatige activiteiten?
|
|
Op familiefeesten zongen tantes en ooms het hoogste lied:
DEIN ist mein Herz, DEIN ist mein Herz schalde door de feestruimte, hoog en luid en heel wat uitbundiger dan Schubert het waarschijnlijk bedoelde.
Ja, ik kwam al vroeg in aanraking met klassieke muziek.
Pianospelen hoorde bij de opvoeding, evenals het zingen van een psalm na het avondeten. Eens in de week kregen we thuis pianoles. Drie van de acht kinderen hoefden niet, ik moest gelukkig wel. Later ging ik naar verschillende andere leraren, ook voor pop en jazz, maar de klassieke muziek won.
Na de middelbare school volgde ik ook zanglessen. Ik deed de Lennards opleiding om muziekles te kunnen geven en daarna de dirigentenopleiding van Jos Vranken. Lesgeven vond ik leuk, maar een koor leiden was te hoog gegrepen. Ik begrijp nu wel waarom: de vierklanken die we moeten nazingen op de koorrepetities hoor ik niet.
lees verder terug |
|